top of page
Zoeken

‘Summer 2026: a wake-up call?’ seminarie

16 uur geleden
4 minuten om te lezen

33 onderzoekers uit verschillende disciplines, die samen 12 Belgische onderzoeksinstellingen vertegenwoordigen, kwamen op 12 oktober 2026 samen in het Belgisch Klimaatcentrum om de balans op te maken van de ongeziene klimaat-gebeurtenissen tijdens de zomer van 2026, daaruit de eerste lessen te trekken en te onderzoeken hoe de impact van research op de besluitvorming kan worden vergroot.


Deze nota bevat de belangrijkste conclusies uit de discussies. 

 

Lessons learnt


België bleek grotendeels onvoldoende voorbereid om het hoofd te bieden aan klimaatgebeurtenissen zoals die zich tijdens de zomer van 2026 hebben voorgedaan. Dit blijkt onder meer uit: 

  • de hoogste oversterfte in vergelijking met alle andere Europese landen [1] 

  • de ontoereikende aanpak van de brand in de Hoge Venen [2] 

  • woningen, ziekenhuizen, woonzorgcentra, scholen enz. die onvoldoende voorbereid waren om mensen tegen de hitte te beschermen 


De sectoren en activiteiten die tijdens de hittegolven en droogteperiodes het zwaarst werden getroffen, met telkens een domino-effect op de productiviteit en de economie, zijn onder meer: 

  • de gezondheidszorg (zorgverleners en patiënten) 

  • biodiversiteit en landbouw 

  • de bouwsector en andere sectoren met werknemers die buiten werken 

  • de evenementensector, toerisme, cultuur en sport 


Door de impact op de beroepsbevolking en de productiviteit hebben de hittegolven van 2026 de bbp-groei met bijna 1% doen dalen, waardoor de voor dit jaar verwachte economische groei volledig teniet werdgedaan [3]. 


Er werden aanzienlijke structurele tekortkomingen vastgesteld op het vlak van high-level crisiscoördinatie en procedures voor vroegtijdige waarschuwing.

 

Aanbevelingen voor prioritaire acties door de overheden 


Overkoepelende principes 


  • Het herstellen van het evenwicht tussen mitigatie (uitstootvermindering) en adaptatie (aanpassing aan de klimaatverandering). Het klimaatmitigatiebeleid werd de voorbije jaren teruggeschroefd en de Belgische uitstoot is opnieuw beginnen stijgen (in 2025 ten opzichte van 2024). Dit dreigt het langetermijnsucces van adaptatiemaatregelen in gevaar te brengen. Studies tonen duidelijk aan dat de doeltreffendheid van adaptatie zal afnemen naarmate de opwarming van de aarde toeneemt, en dat steeds meer menselijke en natuurlijke systemen hun adaptatiegrens zullen bereiken [4]. Het beperken van de opwarming van de aarde tot minder dan 1,5 °C wordt als cruciaal beschouwd. Bovendien is mitigatie de meest kosteneffectieve maatregel. 

  • Het verbeteren van zowel de noodrespons als de langetermijnplanning op het vlak van risico's en veerkracht, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen (kinderen, ouderen en specifieke sociaaleconomische sectoren). Daarnaast moet meer nadruk worden gelegd op preventie. 

  • Bestaande internationale, federale en gewestelijke wettelijke verplichtingen en engagementen op het vlak van klimaatactie uitvoeren en de volledige naleving ervan verzekeren via een bindend verantwoordingskader. 

  • Het interfederale bestuur en de coördinatiestructuren op hoog niveau versterken om klimaatextremen aan te pakken, met een sterke interdisciplinaire wetenschappelijke focus (naar analogie met het mechanisme dat tijdens de Covidcrisis werd opgezet). 

  • Een proactieve rol opnemen op Europees niveau en ervoor zorgen dat: 

    • De integriteit van de decarbonisatiedoelstellingen wordt gevrijwaard. 

    • Het ETS-systeem (emissiehandelssysteem) behouden blijft. 

    • De EU (en België) een voortrekkersrol blijven spelen op het vlak van klimaatactie. 

    • Er bescherming wordt geboden tegen een afhankelijkheid van gevaarlijk hoge niveaus van CO₂-verwijdering (CDR) of onbewezen geo-engineering. 

  • Burgers betrekken via constructieve communicatie, zonder de ernst van de klimaatcrisis te minimaliseren: 

    • De nadruk leggen op win-winsituaties en de bijkomende voordelen van klimaatactie. Zo zorgen isolatie en hernieuwbare energie niet alleen voor kostenbesparingen, maar ook voor meer wooncomfort en positieve gezondheidseffecten.

    • De positieve aspecten van een culturele omslag in de verf zetten (duurzaam reizen, gezonde voeding, zuivere lucht enz.). 

    • Tonen wat al gerealiseerd werd en welke positieve effecten dit heeft opgeleverd (gezondheid, concurrentievermogen enz.). Succesverhalen uit België delen om verdere actie aan te moedigen. 

    • Erfgoed, cultuurverlies, landschappen, risico's voor infrastructuur enz. inzetten om iedereen – zowel individuen als organisaties – bewust te maken van de klimaatproblematiek. 


Prioritaire acties per sector


  • Fossiele brandstoffen uitfaseren (te beginnen met het afschaffen van subsidies voor fossiele brandstoffen) om talrijke bijkomende voordelen te realiseren: 

    • Minder afhankelijkheid van import en een lagere kwetsbaarheid voor internationale crisissen. 

    • Gezondheids- en milieuvoordelen. 

    • Jobcreatie in het kader van een rechtvaardige transitie. 

  • Investeren in elektrificatie en hernieuwbare energie. 

  • Investeren in de toegankelijkheid en duurzaamheid van het openbaar vervoer. 

  • Oplossingen ontwikkelen om steden veerkrachtiger, groener en blauwer te maken, door:

    • Koele zones te stimuleren en de aanwezigheid en toegankelijkheid van waterpartijen en groene ruimten te vergroten. Daarnaast hitteplannen en kaarten met zogenaamde 'koele plekken' opstellen. 

    • Gebouwen en stadsontwerp aan te passen aan een veranderend klimaat (bijvoorbeeld door te investeren in de renovatie en isolatie van gebouwen, met inbegrip van een grootschalige uitrol van warmtepompen). 

  • Overschakelen op milieuvriendelijkere landbouwpraktijken. 

 

Aanbevelingen voor prioritaire acties door de wetenschappelijke community en onderzoeks-instellingen 


Ondanks de ernst van de crisis werd de tussenkomst van de wetenschappelijke community als ontoereikend beoordeeld.


De wetenschappelijke community zou daarom de volgende acties moeten ondernemen: 

  • Zich beter organiseren, onder meer via informele multidisciplinaire netwerken, om snel en gecoördineerd te kunnen reageren op toekomstige crisissen en ervoor te zorgen dat haar inbreng naar behoren wordt meegenomen bij de totstandkoming van wetgeving. 

  • Méér proactief in dialoog treden met beleidsmakers, zowel individueel als collectief (bijvoorbeeld door een structurele dialoog met parlementsleden op te zetten). 

  • Zich nadrukkelijker profileren in de media. Dit kan worden verbeterd door: 

    • Deel te nemen aan mediatrainingen (zoals die van het BCC). 

    • Proactief contacten te leggen met journalisten. 


Expertisecentra en overheidsinstellingen zoals het BCC, CERAC, Sciensano en het KMI worden momenteel onvoldoende benut. Zij zouden een voortrekkersrol moeten opnemen, proactiever moeten optreden en zichtbaarder moeten zijn in de media. In het bijzonder zouden het KMI en het BCC: 

  • In hun communicatie systematisch expliciet de link moeten leggen tussen waargenomen weerfenomenen, trends en klimaatverandering (op basis van attributiestudies). 

  • De outreachactiviteiten moeten ondersteunen van onderzoekers die actief de dialoog aangaan met de media en beleidsmakers. 

  • Onderzoekstrajecten moeten identificeren die kunnen bijdragen aan operationele behoeften, met name op het vlak van risico- en adaptatieplanning. 


Universiteiten zouden: 

  • Zich collectief moeten organiseren om de communicatie en boodschappen te coördineren als reactie op klimaatgebeurtenissen of nieuwe wetgeving. Ze zouden moeten overwegen om gezamenlijk whitepapers te ondertekenen wanneer lacunes in het klimaatbeleid, beleidsmatige terugkrabbeling of desinformatie aan het licht komen (zoals deze zomer meermaals het geval was). 

  • Gespecialiseerde kennisbemiddelaars (knowledge brokers) moeten aanwerven die zich toeleggen op beleidsgerichte samenwerking. 

  • Onderzoekers die zich inzetten voor de voorlichting van het brede publiek en beleidsmakers moeten ondersteunen en dit tijdrovende werk naar behoren waarderen en erkennen (of het hierboven vermelde voorstel uitvoeren). 

  

Referenties 



 
 
bottom of page